Homeopathie in het kort

Wat is het niet…
Ik begin vaak met uitleggen wat homeopathie níet is, omdat hier nog wel eens wat misverstanden over bestaan. ‘Iets met kruiden/op plantaardige basis’ is niet per definitie homeopathie. Bachbloesems, tincturen en veel complexmiddelen van bekende leveranciers zijn geen homeopathie maar deze vallen allemaal onder fytotherapie.

Bij het toepassen van homeopathie maak je gebruik van speciaal bereide homeopathische middelen die plantaardig kunnen zijn, maar ook van dierlijke oorsprong, van minderalen, ziekteproducten (pus, slijm en meer van dat soort ‘vieze’ dingen), maar ook van bacteriën en virussen en zelfs van medicijnen en vaccins worden homeopathische middelen gemaakt.
Het belangrijkste kenmerk van homeopathische middelen is dat het ‘gepotentïeerde’ middelen zijn. Dit is een specifiek productieproces waarbij door verdunnen en schudden de ‘informatie’ van een grondstof wordt vrijgemaakt.  Er zijn verschillende potenties en dit wordt aangeduid met een letter en een cijfer achter de naam van het middel.  Dus bijv. D6 of D12 op de middelen die je bij de drogist kunt kopen.  Of C30 en C200, deze vind je vaak in EHBO kits die online te bestellen zijn en veel homeopaten werken met de C-potenties. Of LM potenties (die worden ook wel Q-potenties genoemd), dit zijn de meest doorgepotentieerde middelen. Dat wil zeggen dat bij deze middelen de meeste informatie van de grondstof beschikbaar is gemaakt en deze middelen hebben dus letterlijk de meeste ‘potentie’ tot genezen. LM-potenties worden voornamelijk gebruikt door homeopaten die hier specifiek in geschoold zijn. Een van de voordelen van deze potenties is dat ze niet blokkeren door bepaalde voedingsstoffen en geneesmiddelen, waardoor ze dus prima naast een regulier medische behandeling ingezet kunnen worden.  Homeopathie hoeft dus geen kwestie van ‘kiezen’ te zijn, je kunt een reguliere behandeling heel goed homeopathisch ondersteunen of bijv. homeopathisch het herstel na een medische ingreep begeleiden.

Homeopathie wordt door de slijmvliezen opgenomen, je kunt ze dus oraal innemen maar bijv. ook via het neusslijmvlies. Daarom werkt het ook om het werkzame middel in alcohol op te lossen en er aan te ruiken. Doordat de alcohol verdampt neemt het de werkzame stof mee naar het neusslijmvlies. Dit heet in de medische wereld een olfactorische dosering. In mijn praktijk noemen we het gewoon ‘snuifjes’ 😉
Dit werkt bij dieren super handig want ze hoeven dus niks in te nemen, een flesje onder hun neus in voldoende.
Een zalf met een homeopathisch bestanddeel is dus eigenlijk geen echte ‘homeopathie’… Het doet wel iets omdat het uiteindelijk wel door de huid dringt, maar veel minder dan wanneer je het middel via de slijmvliezen zou innemen.

Er zijn twee belangrijke basisprincipes waar homeopathie op gebaseerd is: het zelfherstellend vermogen en het similia-principe.

Zelfherstellend vermogen
Alle levende organismen hebben de mogelijkheid hebben tot zelfherstel. Dit zelfherstel zorgt er bijvoorbeeld voor dat wondjes genezen, cellen regenereren en we natuurlijke weerstand hebben tegen ziekteverwekkers. Homeopathie maakt gebruik van dit natuurlijk herstelvermogen, het homeopathische middel is een prikkel aan dit zelfherstellend vermogen en stimuleert daardoor het herstel.
Wanneer deze prikkel juist gekozen wordt en in verhouding staat tot de klacht en hoe snel deze is ontstaan, kan homeopathie niet alleen bij chronische klachten het zelfherstellend vermogen aanzetten tot herstel, maar kan het ook heel krachtig en effectief werken bij acute (EHBO)klachten. Zo snel als de klacht is ontstaan, kan deze ook opgelost worden.

Het similia-principe
De keus van de best passende prikkel is waar het bij de homeopathische behandeling om draait. Deze keus wordt bepaald volgens het gelijksoortigheidsprincipe, ook wel het similia-principe genoemd (similia = gelijkend).
Dat wil zeggen dat de symptomen die iemand heeft, genezen kunnen worden door een héél kleine dosis van een middel dat bij een gezonde persoon soortgelijke symptomen kan veroorzaken.
Dit principe is niet nieuw. Al ruim 500 jaar v. C. schreef Hippocrates (ja, die) al in medische boeken hoe mensen die door een slang waren gebeten genezen konden worden met een heel kleine dosis van dit zelfde slangengif.
Hahnemann, de grondlegger van de klassieke homeopathie, kwam deze informatie tegen in oude medische boeken die hij vertaalde en is dit gaan uittesten, onderzoeken en verder ontwikkelen. Zo is zijn zoektocht naar ‘de kleinst mogelijke dosis’ begonnen en is uiteindelijk de homeopathische behandelwijze ontstaan zoals we dit nu nog toepassen.

De ene homeopathie is de andere niet…
Hoewel het similia principe altijd geldt voor het gebruik van homeopathie, kunnen homeopathische middelen wel op verschillende manieren toegepast worden.  
De homeopathische geneeskunde heeft zich in de loop der jaren door ontwikkeld. Er zijn verschillende methoden en ‘stromingen’ ontstaan en homeopathie kan vanuit verschillende invalshoeken toegepast worden. Zelfs Hahnemann zelf heeft in zijn ontwikkeling van de homeopathische geneeswijze verschillende methoden doorlopen en enkele van die methoden worden nog steeds toegepast.
Maar hij ontwikkelde niet voor niets steeds door… Hij liep tegen problemen aan zoals te sterk werkende middelen waardoor er aan het begin van de behandeling verslechtering ontstond, of patiënten die hersteld waren van hun klacht maar later toch weer met dezelfde klacht terug kwamen. 
De manier waarop homeopathische middelen – en welke potenties! – toegepast worden heeft daarom wel degelijk gevolgen voor het resultaat van de behandeling.
Elke methode heeft zijn voor en nadelen, het is dus niet persé ‘goed’ of ‘fout’ maar kan toch ‘niet de juiste manier in jouw specifieke situatie’ zijn. En het is jammer als je concludeert dat homeopathie ‘niet werkt’ als alleen de toegepaste methode of potentie niet juist was in jouw situatie.  Omdat ik het wel belangrijk vind dat mensen zich bewust zijn van die verschillen maar die uitleg hier een beetje te veel is verwijs ik je graag naar dit blog over een paar van de meest gebruikte methoden.

Holistisch
Klassieke homeopathie is een holistische geneeswijze waarbij de behandeling heel specifiek op het individu bepaald wordt. Ik kijk niet alleen naar de symptomen of klacht(en), maar ook naar je hele paard, zijn karakter, wie hij is en hoe hij reageert, zijn ziektegeschiedenis en levensloop. Ook huisvesting, leefomstandigheden, training  en voeding zijn heel belangrijke aspecten.
Al deze factoren kunnen bijdragen aan het ontstaan van klachten en alleen als je alle factoren die een klacht veroorzaakt hebben ook mee neemt in de behandeling van die klacht, kun je tot een echte duurzame oplossing komen.
Dat lukt niet als je alleen naar een stukje van je paard kijkt of ‘stukje voor stukje’ wilt behandelen, want je paard bestaat niet uit stukjes maar is de som van het geheel . Ik neem in mijn behandeling dus dat geheel mee.

Als voorbeeld: Darmklachten komen vaak voort uit een mentale belasting zoals chronische stress. Met de behandeling focussen op die darm gaat dus niet werken als je die mentale belasting niet mee neemt. Alleen het wegnemen van de stressfactor is daarbij niet voldoende omdat die stressfactor al allerlei processen verstoord heeft in het lichaam. Zo kan zelfs een stressfactor uit het verleden vandaag nog voor darmklachten zorgen, ook al is die stressfactor al lang niet meer aan de orde. In dit geval zal je dus zelfs chronische stress uit het verleden mee moeten nemen in je behandeling om de darmklachten (of de gevolgen van die darmklachten!) op te lossen.  

Omdat die externe factoren zo’n belangrijke factor kunnen zijn, bestaat mijn behandeling niet alleen uit het voorschrijven van homeopathische middelen.
Het kan zijn dat ik aanvullende adviezen geef over voeding, training of huisvesting wanneer dit voor de behandeling nodig is. Omdat dit soms cruciale factoren kunnen zijn ben ik uiteraard ook in deze onderdelen uitgebreid geschoold.

Omdat homeopathie het zelfherstellend vermogen stimuleert kan het bij elke soort klacht, zowel fysiek als mentaal, ingezet worden. Niet alleen wanneer er een duidelijke diagnose is maar ook wanneer deze er niet is. Zelfs wanneer een een dier alleen vage klachten heeft of ‘niet fit’ is maar uit onderzoeken niet duidelijk wordt wat er aan scheelt, kan homeopathie een uitkomst bieden. Homeopathie richt zich op de symptomen die je ziet, voelt, merkt en je kunt dus altijd behandelen op basis wat je wél weet. Vaak komt de diepere oorzaak dan tijdens de behandeling alsnog aan het licht.