Homeopathische middelen

Homeopathische middelen geven een milde prikkel aan het zelfherstellend vermogen om te reageren. Het zelfherstellend vermogen herkent deze prikkel doordat deze ‘gelijksoortig’ is aan de klacht. Dit wil zeggen dat het middel bij een gezond dier juist diezelfde ziekteverschijnselen zou veroorzaken. Dit gelijkheidsprincipe – het gelijke met het gelijkende genezen – is de basis van de klassieke homeopathie.

Veel mensen verwarren homeopathie met fytotherapie en noemen middelen op basis van planten of kruiden al snel ‘homeopathie’. Dit is niet juist. Geneesmiddelen die gemaakt zijn van plantaardige bestanddelen en/of tincturen vallen onder fytotherapie.
Homeopathische middelen kunnen van planten gemaakt zijn, maar ook van andere grondstoffen, zoals dieren, mineralen, of zelfs van ziektemateriaal (dit is een specifieke groep middelen die ‘nosodes’ heten).
Het belangrijkste kenmerk van homeopathische middelen is dat het ‘gepotentïeerde’ middelen zijn. Dit is een specifiek productieproces waarbij door verdunnen en schudden de ‘informatie’ van een grondstof wordt vrijgemaakt.  Er zijn verschillende ‘potenties’ homeopathische middelen, waarbij de hogere potenties meer verdund zijn en vaker geschud.  Hierdoor is meer informatie vrij gemaakt en heeft het middel als het ware meer ‘potentie’ tot genezen.

Homeopathische middelen werken mild, veroorzaken geen bijwerkingen of extra belasting en zijn niet op dieren getest. Ze kunnen goed ingezet worden naast een reguliere behandeling, als aanvulling of ondersteuning hiervan.