Toedienen middelen

Homeopathische geneesmiddelen worden door de slijmvliezen opgenomen. Dat wil zeggen dat ze zowel via de mond als de neus opgenomen kunnen worden.
Standaard werk ik met reukmiddelen, omdat dit voor de meeste dieren een prettige, niet-belastende manier van ‘innemen’ is. Het dier hoeft enkel aan het flesje te ruiken, doordat de alcohol, die als drager van het middel dient, verdampt wordt het middel meegenomen naar het neusslijmvlies. Is het om welke rede dan ook niet mogelijk of wenselijk om met reukmiddelen te werken, dan is het uiteraard mogelijk om met druppels te werken die oraal ingenomen kunnen worden.

Een belangrijk aspect bij het innemen van de middelen is het tussentijds schudden.
Uiteraard leg ik u dit uit tijdens het eerste consult, maar omdat het een belangrijk aspect in de behandeling is noem ik het hier toch ook.
Het tussentijds schudden van het middel, voor elke gift, is belangrijk voor de voortgang van de behandeling. Het zorgt ervoor dat elke prikkel weer nieuw is en het zelfherstellend vermogen blijft reageren. Zou je het middel niet schudden dan zou het zelfherstellend vermogen als het ware ‘doof’ worden voor de prikken, wat stagnering van de behandeling of zelfs achteruitgang tot gevolg kan hebben.
Het schudden doet men door het flesje met het middel in de ene hand te nemen en ‘met lichte kracht’ op de palm van de vlakke andere hand, of op een dik boek te ‘slaan’.
Hoe vaak dit moet is afhankelijk van de ernst van de klacht en de gevoeligheid van de patiënt en verschilt dus per patiënt. Het kan tijdens de behandeling zelfs variëren. Hoe vaak u moet schudden staat daarom per middel in de geneesmiddelbrief die u krijgt vermeld.

*foto’s volgen*